 |
De Kunstenaar Ernst Kamphuis (1960) heeft in zijn werk , geinspireerd
door de amerikaanse kunstenaar Joseph Cornell, altijd al de
collagetechniek beoefend. Hij gebruikt het liefst "gevonden voorwerpen"
(objects trouvés).
Aan Marcel van Baarle van het Leidsch Dagblad vertelde stadsjutter
Kamphuis over zijn werk; "Het materiaal ontdek en vind ik nog steeds
stukje bij beetjes, op straat, in tijdschriften. Het aardigste vind ik
gevonden materiaal op straat, iets wat al een leven achter de rug
heeft. Voordat ik het materiaal gebruik moet het wel eerst bij mij
thuis betijen. Eerts sorteren en vervolgens de stapeltjes met rust
laten. (....) Mijn collages vertellen iets, het zijn eigenlijk
verhalen, soms verzonnen, soms echt meegemaakt.
Recente ontwikkelingen.
Ernst Kamphuis ergerde zich aan de lullige wissellijsten waarin zijn
prachtige collages doorgaans werden tentoongesteld en voelde zich ook
gehinderd door de gebondenheidaan de standaardformaten van lijst en
papier.
De enige oplossing voor het probleem was zelf de omlijsting ter hand te
nemen. Daardoor kwamen ook deze dienende elementen onder zij invloed en
begonnen zij een wezenlijk onderdeel uit te maken van het kunstwerk. Zo
ontstonden de nu in de WW tentoongestelde kijkisten.
Is het werk in aangezicht en vorm veranderlijk geweest, de thematiek is
nog steeds dezelfde; mariaverering, blood, sugar, sexdrugs, geweld,
Rock & Roll en magic. Daardoor doen de kisten aan als huisaltaren van
een nauwelijks gekende maar vast in het collectief onderbewustzijn
verankerde eredienst. |
|

 |